John Engels

Hij is sinds de jaren vijftig Neêrlands beste jazzdrummer. John Engels (1935) wordt tachtig jaar maar zit nog steeds ‘in het vak’. Als collega’s vragen of hij niet met pensioen moet, antwoordt hij steevast: ‘Hé vogel,
wanneer spelen we weer?’ Want hij kan niet leven zonder muziek. Hij viert zijn tachtigste verjaardag dan ook met een uitgebreide tournee. Voor het eerst vertelt John zijn complete verhaal: over zijn eerste schnabbels in louche nachtclubs, zijn samenwerking met alle groten der aarde en zijn angsten; het is voor hem nog steeds elke avond een kwestie van ‘erop of eronder’.

‘Hier worden de anekdoten in goede banen geleid door jazzjournalist Jeroen de Valk […]. De Valk omkleedt Engels’ woorden met verhelderende analyses en herinneringen van leerlingen en vakgenoten […]. Het levert een roerend portret op van ‘een natuurtalent bij de gratie Gods’, die zichzelf ‘een beetje woorddoof’ noemt en interviewvragen het liefst zou beantwoorden met een welsprekende roffel op zijn trommels.’ – Erik van den Berg in De Volkskrant.

‘…. Veel pakkende anekdotes over het nachtleven, de roes, de sores en de gein van het jazzleven. […] Een treffend portret van een man die leeft voor swingende jazz, die ‘in de hemel’ is als alles klopt op het podium, die ruimdenkend genoeg is om zowel dixieland als avant-gardistische muziek te spelen, en een grote gave heeft voor bewondering en verwondering. […] De beschrijvingen van Engels’ jeugd- en vormingsjaren zijn uitgebreid en boeiend […]. Maar behalve de compleetheid van de feiten is er nog iets dat deze biografie de moeite waard maakt, en dat zijn de concrete opmerkingen over muziek.’ – Frank van Herk in Jazz Bulletin

‘Het boek bevat een schat aan anekdotes en leest lekker weg. […] Engels kon zich geen mooier verjaardagsgeschenk wensen.’- Thea Derks in www.Cultureelpersbureau.nl.

‘Een hartstikke leuk boek’ – Melchior Huurdeman in het tv-programma Vrije Geluiden (VPRO).

‘Een vlot geschreven, prettig leesbaar en vermakelijk werk. […] Hier is zorgvuldig onderzoek aan voorafgegaan, waardoor De Valk niet te betrappen is op feitelijke onjuistheden.’ – Erna Sanders in www.eempodium.nl.

‘De biograaf verdient bewondering; hij heeft uit het gesproken woord van John Engels soepel leesbare verhalen gecomponeerd, die niet alleen een boeiend tijdsbeeld schetsen maar ook in zicht bieden in doorgaans moeilijk grijpbare muzikale processen. […] De auteur heeft ook zorgvuldig historisch onderzoek verricht.’ – Bert Vuijsje in Jazzmozaïek.

‘Jeroen de Valk noteerde zijn even kleurrijke als veelbewogen memoires’ – Maarten van de Ven in www.draaiomjeoren.com.

‘Een hommage aan de veelzijdigste drummer van Nederland. […] Uiteindelijk is er dankzij veel geduld een verhaal op papier gekomen dat vooral aantoont hoe groot de rol van muziek is in het leven van Engels.’ – Johan Bakker in het Nederlands Dagblad.

‘In Hé vogel, wanneer spelen we weer? heeft Jeroen de Valk prachtige citaten van John Engels opgetekend.’ – Rinus van der Heijden op www.jazznu.com.

‘Ter gelegenheid van Engels’ tachtigste verjaardag heeft pennenvoerder en bassist Jeroen de Valk, die eerder al succes had met een biografie van Chet Baker, uit een reeks gesprekken met John Engels een vlot geschreven levensverhaal samengesteld. De kenmerkende titel is “Hé vogel, wanneer spelen we weer?” en uitgeverij Van Gennep voorzag het verhaal van tientallen foto’s, grotendeels uit Engels’ eigen bezit.’ – Lex Lammen in Jazzflits.

‘Jazzrecensent en schrijver De Valk heeft het muzikale leven van John Engels in kaart gebracht. Een nieuwe frisse kijk op zijn leven bij elkaar gedocumenteerd vol met de directe uitspraken en anekdotes van Engels.’ – Eric van Nieuwland in Cultuurpodiumonline.nl.